Posts tonen met het label hoop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hoop. Alle posts tonen

dinsdag 25 augustus 2009

Voorzet

Je weet het goed genoeg. Eén vingerknip en je hebt me gewonnen, dan hoef je me enkel nog maar af te halen bij de prijsuitreiking.
Jij knipt het beste met je vingers. Dat is niet alles wat je daarmee doet, uiteraard.

woensdag 13 mei 2009

Oneindige, elliptische eigendunk

In een verleden was ik de vuurvogel met de gouden glimlach. Ik verscheen en men keek naar mij, verwonderd dat ik na mijn vorige verdwijning er weer als tevoren stond. De ruimte rondom mij verbleekte en ik werd het onweerstaanbare zwarte gat van aandacht. Zwijmelende liefkozingen in mijn kielzog als het ware mijn parfum. Ik stond er.

Maar een vuurvogel komt altijd terug uit haar as. En dat weet ze ook.

maandag 6 april 2009

Het gevecht

Plots prikte realiteit mij in het oog en ik trok mijn masker af om het er terug uit te trekken.
Met één oog ging ik verder en zag plots beter waar ik op af aan het gaan was, mijn rechtdoorzeese toekomst dat niet gehinderd werd door perspectief en eigenlijk beviel het me niet. Ik snauwde de realiteit vervolgens toe dat ie toch beter moest uitkijken want hij had scherpe randjes. Hij keek me minachtend aan en antwoordde me dat ik ogen had om te kijken waar het gevaar lag, ik vond echter dat ik in mijn gelijk was en schopte tegen zijn schenen. De realiteit riep vervolgens zijn vrienden rationaliteit en dierenfysiologie en met zijn allen begonnen ze toen op me in te beuken. Ik moet zeggen dat dierenfysiologie niet zoveel in zijn mars had, maar dat compenseerde rationaliteit in al zijn klappen. Ik riep dus maar toe dat ik het lesje wel begrepen had maar dat ie laf was om het niet in zijn eentje te klaren. Hij zei dat ik gelijk had, maar anders toch niet zou begrijpen dat ik zélf de verantwoordelijkheid over mijn eigen had, en me niet moest doodstaren op dimensies in de toekomst. –‘Het was voor een goed doel.’ Hij overtuigde me dus.
De drie vrienden bleven nog een beetje nakeuvelen over het oneerlijke gevecht en ik werd gehinderd door de onzelfzekerheid die me te fel in de ogen scheen en dus bleef ik een tijdje staan. Daarop gaf dierenfysiologie mij een zijwaartse meewarige blik, gevolgd door de uitleg hoe tot die andere toekomst te komen, het wat enkel een beetje uit mijn zicht, dat is al.
-‘Gewoon die richting blijven uithollen, dan kom je er wel. Het was bijna de richting uit van de vorige toekomst, dus houd dat in gedachten dan weet je het ongeveer.’

zondag 17 augustus 2008

Prikkel

Prik. Prik.
Prik. Ik wil je prikk(el)en. Deze in waanzin gedepte drama zal zeker voldoen aan de eisen van de jury. Akkoord, het is geen Shakespaere, Kawabata of Tolstoj, daarvoor zijn we te onbekend in de enorme woordenschat die de bevoordeelde mens behoort te kennen. Maar het is wel meeslepend en -sleurend in deze ongepolijste vorm. Die ruwe rauwheid is dan ook de kern van dit verslavend wonder van een schouwspel. Die ruwheid smaakt naar meer en… feller, heftiger. We hitsen onszelf op. Zie, het bloed langs onze vingers als we ons steeds aan elkander openrijten, wetende dat ooit die oneffenheden weg zullen gaan, als we gewoon maar zouden volhouden, elkaar blijven pijn doen. Elkaar blijven pijn doen, ook al zijn er nog wachtenden achter ons en je geen straf opwacht als je terug in de wachtrij aansluit.
Maar wij rusten nooit hé? Koppig en vastberaden blijven we krabben, door elkander en zo ook door ons heen. Wij zijn de wakers in de nacht en winnaars op de dag, net zo aanwezig en onontkombaar als een wet van Newton.
Bots, tegen de muur. Wij blijven elkaar bestoken met onze wensen, hoop en eigenaardigheden terwijl er een dikke muur tussen ons heen geplaatst staat. Door wie of wat is die er eigenlijk gezet? Het is duidelijk een grens tussen ons beiden. Dus misschien een beetje van beiden? Natuurlijk is een muur niet onoverkomelijk, mensen leren hoe ze dikke planken kapotslaan met hun blote hand. Mits volharding. Eén enkele, menselijke hand zou bijgevolg voldoende zijn om heel die afstand tussen ons te overbruggen. Wat maakt die hand menselijk, het woord zélf of het gevoel erachter? Maakt die menselijkheid je week vanbinnen of doet het je denken aan een vuurdoop van de bittere pil genaamd ‘ons’? De volharding door het hooglaaiende vuur is een gegeven en het weeft een rode korst van opgedroogde bloedspatten achter ons. We geraken er wel. Ook al bloeden we dood.
Is er geen leermeester in 'obstakels verwijderen’ in de buurt?
Slaap, slaap dan toch in je zachte bed. Rust uit en genees van al die verwondingen die je jezelf hebt aangedaan. Die nagels van je tot pulp herleide hand zullen wel weer in orde komen, en littekens zijn niet zo onoverkomelijk lelijk. Laat die muur voor wat het is, laat die ruwe, prikkende huid daar staan, die zou zelfs de koude snijden, dus geen zorgen. Het zal niet weglopen. Het getuigt niet van zwakte om te stoppen, wijsheid laat zich niet meten in krachtpatserij. Laat die tijd maar voorbijgaan, mettertijd brokkelt en slijt toch alles af, we komen er wel. Rust en geniet. We komen er wel. Natuurkrachten winnen altijd op het einde.

Wat gebeurt er als twee natuurkrachten met elkaar in conflict gaan?

vrijdag 30 november 2007

Existentialisme

Ken jij dat soort vogel, dat roept met schrille stem, hoog in de lucht? Zo schril dat zij niet ver reikt maar de vogel geeft er zo een kracht achter, de volledige inhoud van zijn longen ten toon spreidend, dat mén het hoort. Mén, ver onder hem. Een massa van nietszeggende mensen, objecten in de zee van vogelachtige subjectiviteit.
Spontaan begint een meisje te huilen van ontroering. Ze weet niet waarom maar elke keer als die vogel daar in de lucht hangt barst ze, onbewust van de geluidsgolven die ze ontvangt. Hamer geruisloos tegen aambeeld. De roep van vrijheid.
De vogel, vliegt hoog in de lucht en er is iets in hem dat hem ontastbaar maakt. Een ijle weerspiegeling van aardse hoop? De vogel met zijn vleugels ver uit elkaar, gespreid, op de wind. Donkere veren, lichte glans, donkere ogen, passievol, bewust, zelfzeker, vertrouwd, vertrouwend, betrouwbaar, vrij.

De vrijheid, bewust van je daden in teken van je omgeving. Het is de altijd aanwezige “l’embarras du choix”. Zoals voorheen even onvoorstelbaar zwaar om dat recht van vrijheid te dragen. Jij alleen, niet anderen. Jij alleen die draagt. Jij alleen die jij bepaalt. Jij alleen die anderen kan bepalen. Hun betekenis. Hun reikwijdte. Hun erfenis. Jouw gevoelens. Jouw schaamte. Jouw hartzeer.

Vrijheid. De ondraaglijkheid van verantwoordelijk. En het meisje weent, de vogel vliegt.
Majestueuze bewegingen van vleugelslagen, klapwiekend in het leven.

zondag 25 november 2007

Immanentie

Hé jij daar.
... (zie je de drie aarzelende puntjes? Een ingehouden, virtuele adem?)

Ik wacht op je.
Tot je zegt: 'Kom', (dat gebod, dat niet eindigt op een punt. Zodat ik kan blijven komen naar jou/Als een geslagen hond)

Win mijn vertrouwen terug. Win mij terug. (/Alsof mijn vertrouwen alles is wat er nog rest van wat ik je kan bieden)
Hoe kwam het weer dat je het niet hebt? Mij en mijn vertrouwen?

Zeg 'Kom'. Zie de hoofdletter. Het woord omhelst meer dan enkel de drie letters, één lettergreep. Het is de transcendentie van het 'reiken naar'. Het is terecht zijn. Een hand in een ander. Het is vastklampen aan het gevondene. Zonder zelfs bewust te zijn dat je zocht.
Je zoekt mij /en je hoeft enkel die klank...
te fluisteren

in een akkoord van gemis, verlangen en vertrouwen geven. Naar jou, niet mij.
Ik ben in jou. Als een God en een duivel tegelijk.

donderdag 6 september 2007

Aardbeving

Ik wacht hier. Klaar voor je. Komaan en verpletter me. Probeer het tenminste. Dat doe ik, trachten je te verpletteren. Klein als een speldenknop. Was je dat maar. Je zou niet meer opvallen tussen de andere knopjes. En de ruimte die vrijkomt... ruimte... die zou ik beter benutten.
Komaan. Verpletter me.

Word verpletterd. Ik smeek je / 'k ga door mijn knieën
maar jij / je ziet het niet. Je kijkt over me heen, elders en groenere grasvelden. Graast verder. Blijf. Rechtstaan, kuierde, promenade, rent. Weg / verder


Ik vrees enkel dat je je zult vermoeien. Slaap maar klein kindje. En droom.

maandag 13 augustus 2007

Geboorte

Een nieuwe godin ontwaakt in een bed van zacht weefsel. Een stomende hitte verhult de kamer rondom haar. Ze laat haar hand over haar naakte lichaam gaan. Ik heb een lichaam. Ze strekt haar rechterarm uit, de diepe mist in van waterdamp en rozengeur. Niets. Terwijl ze rechtop gaat zitten hoort ze een ondefinieerbare kreet. De puurheid, versheid, kwetsbaarheid druipt van haar af in een kronkelende beweging terwijl ze op het geluid afgaat. De mistflarden trekken op en een koude tocht doet haar oogleden trillen. Ze haalt voor de eerste keer diep adem. De rozengeur is verdwenen en voor zich ontluikt een medemens, zacht verend -het is een vrouw- in een gelijkmatige tred over koud marmer. Naar mij toe. De godin staart het naakt en (het) glanzende lichaam aan en de ander doet dit ook. Het kersvers lichaam siddert onder de blik en een traan ontspringt als een eenzame rivier in haar ooghoek, de waterval van zuiverheid in. De schoonheid lacht en het jonge lichaam vergeet te ademen. Wiegendood.

zondag 22 juli 2007

Tijd

Vertel eens, wat doet jou terugverlangen naar hoop? Zeg me, hadden we elkaar op een ander tijdstip ontmoet, zou je dan ook die hoop hebben gevoeld? Die hoop, een speer, een dolk, een vork… een tandenstoker in mijn ribben. En zou ik het zijn die pulkt aan jouw rottend vlees, peutert in open wonden en woelt, draait en roert, zoekend naar iets dat ik enkel in mij zou kunnen vinden. Antwoorden. En de juiste vragen voor die antwoorden.
Ik wacht wel geduldig totdat je beseft dat er niets in mij zit dat jij kan gebruiken. Tijd is relatief. Een klok. Indicatie voor ontwikkeling. Peuter maar verder. Ontwikkel. Doe mij pijn. Evolueer. Indicatie voor een stem. Teken aan de wand voor woorden. Wegwijzer voor gesprekken. Plattegrond voor vraag en antwoord.
Vertel eens, wat heb je ondertussen ontdekt, autodidact van het leven? -Waar leven is, is tijd?- Is dat jouw antwoord? Tijd als gids van de weg naar sterfelijkheid, en …wij leven ondertussen voort? Ik wacht wel, ik heb tijd. Ik heb een klok. Ik heb een stem. Ik heb woorden, ik heb een gids.

woensdag 20 juni 2007

Resonantie

Als een vallend blad gooi ik mezelf in het leven. Bespeeld door de wind en wentelend in bloesems, pluisjes en insecten. In een zweem van gelukzaligheid, gemengd met realiteitsbesef en dan de uiteindelijke donkerte in mijn eigen ogen. Nadenken is wat ik doe.

Terwijl lucht wordt afgewisseld met de grond spin ik rond. De kernspin van mijn eigen bestaan. Frequentie onbepaald. Resonerend met enkele andere bladeren. Mijn schepper ruit en gooit samen met mij vrienden naar omlaag. Stoppen met afhankelijk te zijn. ‘Kom, geniet nu eens even vrij van het leven.’ Het eeuwige leven is een klucht als je niet weet hoe het voelt om sterfelijk en vergankelijk te zijn. ‘Daarom zeg ik je, ga en leef.’ De boom ruit en het is winderig. Of: Het is winderig en de boom ruit. Wat doet scheppen, wat doet leven?

De schaduw van een vogel trekt over mij heen en in vertraagde vleugelslagen hoor ik in de verte de muziek. In resonantie met mijn wentelingen, we trekken elkaar aan. In deze trillingen trek ik verder. Alsof ik plots besef wat het leven is. Dit leven is muziek. Als een schuilplaats, als een springplank, als een magneet. Ik kom.

Ik rust. Even. Op de grond. Windstil. Ik kijk rond me heen en zie de kleine details van stoeptegels, zand en gras. Ik schuur op de handpalm van moeder aarde en ik verdor tot specifieke kleuren. Mijn kleuren van het leven. Mijn kleuren van de dood. Het is hetzelfde, de wind maakt geen onderscheid, ik word weer opgetild en hoor de muziek weer. Een kleine tempel waar ik open en bloot in schuil. De zonnestralen die heel mijn lichaam tonen aan de buitenwereld en toch voel ik me geborgen als nooit tevoren. ‘Geborgenheid,’ zingen de cherubijnen me toe -of zijn het wolken?-, ‘geborgenheid vind je enkel als je vrij valt, wentelt en wordt bespeeld door het leven.’ Soezend laat ik me dan koesteren door de zon en wentel ik rustig voort op de rug van de wind.
Resonerend

woensdag 13 juni 2007

Dazzler

'Waarom huil je niet?'
'waarom zou ik dat wel doen, het verandert toch niets aan de situatie.'
'Jawel.'
'op welke manier?'

'Het schijnt dat huilen menselijk is.'

vrijdag 16 februari 2007

Misschien

Perhaps I can get over this feelings
but the memories will last
they will stay, and acid
will burn
as my skin will break
rivers will flow
thoughts are spread
over everyone who sees me
no resistance
against the flud
dieing ‘cause my body
my skin couldn’t held it

Perhaps the memories will fade away
but the feelings will still burn
their scars stay, and wounds
will open
as I move my head
blood will fly
masks will break
and lies can’t hide
the truth is
tumbling out of my heart
some will live
‘cause wounds didn’t heal

donderdag 18 januari 2007

L'empathie

l’empathie de l’homme ne changera rien
faits divers sont mon entourage
se moquer de l’ignorance fait tout
gens aimables viennent à moi
non qu’est-ce que tu dois?
laissez-moi, laissez-moi vivre avec l’embarras du choix
ne sais pas que je dois..
mon ignorance changera tout
laissez-moi savoir
les âmes changent tout de ce moment
viens ici, je veux changer
comment on le doit, c’est trop
oh non c’est trop, donne-moi la sachesse
l’empathie de l’homme ne va changer rien
l’amitié, l’amour c’est quoi?
des hommes et des femmes sont les noms
comme les numéros donnés aux chifres
oh non l’ignorance c’est trop
mais la richesse, la sachesse s’occupe de moi
oh laissez-moi ouvrir la porte
elles sont là
et l’ignorance se fuit par la fenêtre
viens, l’empathie de l’homme ne changera rien
personne ne m’entends quand je cris
oh pourquoi ils ne me connaient ? je fuis
mais toujours la même et ce m’ennuye
non je portes mes plaquês avec moi
c’est plus simple que j’ai pensé, c’est seulement comme ça
oh le monde, c’est mien
je devrai la reine
avec l’ignorance de l’homme
je vais crier la victoire
sur les pauvres en bas
autrefois, j’ai les pitiés
mais ça ne changera rien
je suis en ce moment, moi-même

woensdag 17 januari 2007

Intro

Zonsopkomst, zonsopgang, dageraad, ochtendlicht, ochtendglorie.
Licht bestaat uit ’n bundeltje fotonen. Golflengtes, surfen op energie. Door sterrenstof en botsend tegen materie, terugkaatsend en geabsorbeerd. Het klinkt allemaal zo technisch, zo vreselijk logisch. Alsof schoonheid een simpel gevolg is van logica. ‘Natuurlijk vinden we muziek mooi omdat het correspondeert met symmetrie en regels die logica volgen.’
Als ik je vraag om de zonsopgang te beschrijven, zeg me nooit hoe lang dat bundeltje fotonen erover gedaan heeft om mijn ogen te bereiken.
Zeg me dat je verwonderd was. Zeg me ‘pracht’, zeg me ‘adembenemend’. Zeg me, dat ver, je een gele glans zag, steeds meer lucht innemend tot waar je stond. En ondertussen was ’t aan de horizon alweer oranje. Zeg me: ‘je zag de contouren van de wolken beter dan je ooit eerder had gezien en je werd je stilaan gewaar van de majestueuze wereld die je omringde boven je hoofd, waar je te weinig aandacht aan schonk.’ Zeg me dat je vervolgens plots het gevoel kreeg dat je dicht bij de levenswijsheid was, maar het buiten je bereik bleef, net als een woord dat je niet vinden kunt en ’t toch op de punt van je tong ligt.
Zeg me hoe heel de wereld zijn adem inhield, hoe alle vogels vrolijk zongen, het leven vierend, het kleurenpalet bewierokend. Zeg me hoe de verre wolken eerst zacht en zwoel geel, dan rood werden. Dat die wolk laag hangend en dichtbij, haast tastbaar leek met als achtergrond een mals blauw, zijzelf fragiel oranje. Dat je hand reikte naar boven maar enkel koelte voelde.
Vertel me hoe alle schakeringen de revue passeerden, groen, rood, paars, blauw. Hoe de golven van eenzelfde kleur steeds dichter naar je toe kwamen. Zeg hoe de zon letterlijk ‘kiekeboe’ zei toen hij van achter de verre wolken kwam. Zeg me dat je verbaasd was over de snelheid waarmee de zon opklom, een fel oranje puntje, steeds groter wordend totdat je beseft dat ’t licht je pijn doet. Zeg me hoe vervolgens je naar de lucht keek en enkel donkere vlekken zag, je ogen moest toedoen, weer opende en besefte dat je weer een moment van unieke schoonheid had gemist. Zeg me hoe verdrietig je bent dat je niet elke dag die zon hebt, en zal, zien opkomen. Zeg me hoe verdrietig je bent dat je nooit alle schoonheid van de wereld kunt zien, enkel omdat er zoiets bestaat als een zon.
Zeg me dat je blij bent dat jij er op die plek stond, op dat moment en dat je er tijd voor had en nam.

En fluister in mijn oor dat dit alles verbleekt in mijn aanwezigheid.